S. Moulijn
Deutsche Zusammenfassung
Op zoek naar rust en schoonheid in het landschap: S. Moulijn, schilder, tekenaar en graficus

 

S. Moulijn - Zelfportret
Zelfportret met steen, Litho (1929)

Simon Moulijn (1866-1948) was een Nederlands schilder, tekenaar en graficus.

Zijn oeuvre omvat een groot aantal schilderijen, daaronder ook plafond- en wandschilderingen, werken in andere technieken en 189 litho’s. Zijn belangrijkste thema was het landschap in vele variaties. Daarnaast was hij docent aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam, mede-organisator van grote tentoonstellingen van de grafische kunst en auteur van twee boeken en van vele publicaties in tijdschriften.

Simon Moulijn werd op 20 juli 1866 te Rotterdam als zoon van de fabrikant en koopman Simon Moulijn (1821–1901) en diens tweede echtgenote Magdalena Maria Johanna Walter (1829-1892) geboren. Behalve een oudere broer (Johannes Coenraad 1862-1931) had hij nog een jongere zuster (Anna Hermina 1868-1949).

In herinneringen van Moulijn aan zijn jeugdjaren schrijft hij “dat zijn vader in die tijd altijd in beslag genomen was door zijn zaken” en “onvoldoende van zijn betrekkelijke voorspoed genoot” omdat zijn echtgenote hem steeds tot zuinigheid aanspoorde. Moulijn beschrijft zichzelf als een zwak kind, dat door een overbezorgde moeder in “bedompte kamers” binnen gehouden werd. Op school stond hij “schuchter en zwak tegenover de andere kinderen” en trok zich “angstig terug”. “Ik werd een droomer, door niemand begrepen.” [1]

Toen zijn ouders na de lagere school een baan als leerling op een kantoor voor hem zochten, verzette Moulijn zich echter: Hij droomde “van vrijheid, van reizen en mooie dingen, die onbereikbaar waren.” Hij had interesse voor de kunst en voor het leven als kunstenaar ontwikkeld. Tegenover zijn privé-tekenleraarJ. Bergsi (1834-1910) bepleitte hij zijn wens om kunstenaar te worden zo enthousiast, dat deze uiteindelijk zijn ouders aanraadde hem zijn zin te geven. In 1882 werd Moulijn leerling aan de Rotterdamsche Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. De kleine klas, die de dagopleiding kunst volgde, werkte “met ijver en ernst”. In deze periode maakte Moulijn kennis met H. A. van Oosterzee (1863-1933) en P. C. de Moor (1866-1953).

Na enkele jaren bleek , dat de Academie te Rotterdam destijds nog te beperkt van opzet was en in 1885 werd Moulijn leerling van Rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Medestudenten in Amsterdam waren o. a. Richard Roland Holst (1868-1938) en Isaac Israëls (1865-1934). Hij sloot vriendschap met Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915).

Boerenstal met kar

Boerenstal met kar, 1891

Na het voltooien van de opleiding volgde een periode van zoeken zowel in artistiek opzicht als ook naar een adequate woonomgeving. Vanaf 1887 woonde en werkte Moulijn op verscheidene plaatsen. Eerst trok hij naar Drenthe, daarna keerde hij weer terug naar Rotterdam (1889) om 1890 naar Den Haag te verhuizen. Vandaaruit werkte hij op verschillende plaatsen in Drenthe, in Nunspeet, in Oirschot en in Laren. In 1891 werd Moulijn lid van Pulchri Studio en was medeoprichter van de Haagsche Kunstkring. Hij sloot vriendschap met Theo van Hoytema (1863-1917). In deze eerste periode schilderde en tekende hij vooral impressies van de natuur en het landleven, dat hij in zijn jeugd nooit gezien had. Omstreeks 1892-1893 veranderde Moulijn van werkwijze.  

Op de ledententoonstelling van Pulchri Studio in maart 1893 exposeerde Moulijn zijn schilderij “Een Vrouw”, voorstellende een halve koe, “gedreven door een moe gebaarde, afgesjouwde boerenvrouw, tegen een achtergrond van stijve huizen en boomcontouren (…….) Dit schilderij had om zijn zonderlingheid groot succes. Op de tentoonstelling stonden de mensen er aan troepjes bij te grinniken” [2]. De Nederlandsche Spectator van 1 april 1893 publiceerde een spotprent over dit schilderij, dat bekend geworden is als “De halve koe”. Het schilderij bestaat niet meer. Verbaasd over de reacties op zijn doorbreken van conventies verdiepte Moulijn zijn artistieke heroriëntering.

Het schilderij “Drentse boerderij” uit deze periode toont een stilistische vereenvoudiging tot “grote bijna egale kleurvlakken, die door zware contourlijnen zijn begrensd” [3]. Het is 1892-93 gedateerd. Volgens Jan Jaap Heij is het mogelijk, dat Moulijn hiermee heeft willen aangeven,dat hij lang aan dit schilderij heeft doorgewerkt [3]. Reeds 1894 ontstaan schilderijen, die deze werkwijze voortzetten.

Drentse boerderij

Drentse boerderij 1892-93

S. Moulijn - Schemering

Schemering, Litho (1895)

Eveneens in 1893 ontstonden de eerste litho’s. Moulijn wist “uit de lithografie iets geheel nieuws en zeer eigens te maken. "In de litho kan men door het versmelten van zwarten en witten een invallend duister, een schemering oproepen, die aan de wereld haar uiterlijke gedaante ontneemt en haar wezen in het half onzichtbare geheimzinnig doet spreken” [4] Later wendde Moulijn deze techniek ook in schilderijen aan.
Een eerste groot sukses was de eenmansexpositie in het Hotel de l’Art Nouveau van S. Bing te Parijs in juli en augustus 1896.Twee jaar later verhuisde Moulijn naar De Steeg. Hij deelde daar een atelier met Edzard Koning (1869-1954). De vriendschap met Edzard Koning was een blijvende constante in het verdere leven van Moulijn. Na een verhuizing naar Renkum, waar Moulijn 1898 bij zijn zuster ging wonen, maakte hij kennis met de schrijfster van sprookjes Marie Marx-Koning. Zij was een bewonderaarster van het werk van Moulijn en beschrijft in haar artikel in Elseviers maandschrift [2] “zijn grenzeloos-eerlijke schuchterheid, zijn fijn-voelende bescheidenheid, die hem altijd belet zich op de voorgrond te dringen”. Moulijn illustreerde later vier van haar sprookjesboeken.

Zijn werk uit deze periode van zoeken naar een adequate uitdrukkingsvorm vond geen unanieme instemming. Moulijn zelf oordeelde hierover: “Het eerst werd ik in mijn werk bewust beïnvloed door de schilderijen van moderne Franschen en vooral door Toorop en Vincent. Het begin van het ontstaan eener nieuwe gebruikskunst deed mij in die dagen verlangen om daaraan mede te werken, ik wilde mijn werk meer als décoratie zien toegepast en kwam zodoende tot de halfslachtige décoratieve schilderijen die gij U wellicht uit die dagen nog herinnert. Ook het lezen van Maeterlinck had veel invloed op mijn werk; zijn mystiek bracht er mij ook toe de natuur op een barbaarsche manier te vervormen (styleeren?), terwijl ik trachtte door de lijn die ik aan mijn natuur motieven gaf de expressie te geven die ik wilde uitdrukken.” [5]

S. Moulijn - Eco en Hans Moulijn
Portretten van Eco en Hans Moulijn (1910)

Op 12 maart 1902 trouwde S. Moulijn met de op 19 november 1877 geboren dichteres Hester Henriëtte Jacoba Haitsma-Mulier. Zij was een nicht van de echtgenote van Edzard Koning. De huwelijksreis ging naar Italië. Daarna vestigde het jonge paar zich in Laren (NH) waar toen reeds veel kunstenaars woonden. Moulijn had veel contact met zijn studiegenoten Hart Nibbrig en Roland Holst, maar ook met andere kunstenaars zoals F. Smissaert, Jan Eisenloeffel en J. G. Veldheer. In 1903 liet Moulijn naar eigen ontwerp het huis ’d’Eglantier bouwen. In 1904 en 1908 werden de twee zoons geboren. Voor hen beschildert hij een poppenkast en decors.

 

S. Moulijn - Portret van Henriëtte Moulijn-Haitsma Mulier
Portret van Henriëtte Moulijn - Haitsma Mulier (1902)

S. Moulijn - Wallen van Naarden

De wallen van Naarden, litho

De lithografie begon nu een steeds belangrijkere plaats in te nemen in het werk van Moulijn. In 1905 werden twee mappen met litho’s “De omstreken van Laren” en “De Duno”uitgegeven. Deze werden in 1909 gevolgd door de map “Het koninklijk park Het Loo” en in 1910 door de map “De Maas in Rotterdam”. De grootste opdracht was de map "Oude buitenplaatsen rondom 's-Gravenhage"met 25 litho's, die in de jaren 1925-1926 vervaardigd werden. In 1933 verscheen tenslotte in opdracht van het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen de map "De wallen van Naarden". "In de litho’s van Moulijn weerspiegelt zich de ontwikkeling van een sterk symbolistische werkwijze naar een verbinding van “het symbolische met een Hollandsch realisme”[4]. .

 

Landschap bij Holzhausen

Landschap bij Holzhausen (Teutoburger Woud), 1910

Telkens weer op zoek naar nieuwe inspiratie reisde Moulijn veel. Hij werkte o. a. in Drenthe, Noord-Brabant, Zuid-Limburg, Gelderland en Zeeland. Hij reisde ook naar het buitenland en werkte in Duitsland (o. a. Monschau en Holzhausen in 1905, Todtnau in 1922), in Zwitserland (o. a. Kandersteg ten dele samen met Jan Eisenloeffel in 1926), in Italie (o. a. Tivoli en Frascati in 1911, Florence in 1938), in Luxemburg (Beaufort in 1913), in Frankrijk (o. a. Fontainebleau in 1930, Versailles in 1930 en 1934, Neuilly in 1931, de abdij van Royaumont en andere plaatsen aan de rivier de Oise 1939). Deze reizen vonden hun neerslag in een groot aantal schilderijen en lithografien. Altijd was er weer de fascinering, die het landschap met zijn verschillende stemmingen op Moulijn uitoefende. Uit de diverse landschappen, die hij weergeeft, komt een van de belangrijkste eigenschappen van Moulijn "als schilder van de romantische eenzaamheid"naar voren (Algemeen Handelsblad geciteerd in [3]). Zijn liefde voor de natuur komt eveneens in de veelvuldige weergave van bos als landschap tot uitdrukking. Het landschap is echter ook de omgeving, waarin mensen leven. In de waarneming van Moulijn is dat veelal slechts de aanduiding van de menselijke aanwezigheid. Het landschap wordt ook door de mensen gevormd: Moulijn geeft de stilte weer, die parklandschappen kunnen uitstralen.Hij maakt de kracht, waarmee de oude Maasbrug in Rotterdam de rivier overspant zichtbaar. In de wallen van Naarden staat de rustige sterkte van dit verdedigingsbouwwerk op de voorgrond. In "Burchtruïne aan een rivier" komt het langzame verval van kracht en sterkte aan de orde. Idyllische landschappen zijn een derde aspect van de vorming van het landschap door de mensen: De tuin van Villa d'Este in Tivoli is hiervan een voorbeeld. Van belang is tenslotte ook het op symbolistische weergeven van menselijke eigenschappen bijvoorbeeld op een van weinige houtsneden of op "Ex Libris". Pas in zijn latere werk schildert Moulijn ook weer regelmatig portretten.

S. Moulijn was ook actief als organisator en publicist: In 1910 richtte hij samen met F. Hart Nibbrig in Laren “de schilderschool” op. Als docenten konden de oprichters niet alleen andere kunstenaars als Jan Eisenloeffel, Toon de Jong en Eduard Jacobs, maar voor de theorie ook persoonlijkheden zoals de “kunstpaus” H. P. Bremmer (1871-1956) en de toentertijd gevreesde kunstcriticus Albert Plasschaert(1874-1941) aantrekken.

In 1911 was Moulijn mede-oprichter van de “Vereeniging tot Bevordering der Grafische Kunst” en werd hij secretaris van de vereniging. Gedurende vele jaren was hij nauw betrokkien bij de organisatie van belangrijke tentoonstellingen van Nederlandse grafiek in binnen- en buitenland. Zo was Moulijn lid van de commissie, die de Nederlandse inzending regelde voor het onderdeel “vrije grafische kunst” naar de internationale tentoonstelling van het boek en de grafische vakken, die in 1914 in Leipzig werd gehouden. Als lid van het comité, dat de “Exhibition of modern Dutch Art”in 1920 in Brighton organiseerde, reisde hij mee naar Engeland om de tentoonstelling in te richten. Bij deze gelegenheid maakte hij kennis met de vooraanstaande Engelse lithograaf John Copley (1875-1950)

 

S. Moulijn in zijn studeerkamer in Den Haag
Moulijn in zijn studeerkamer in Den Haag

Behalve een groot aantal artikelen in tijdschriften heeft Moulijn als auteur twee grotere publicaties op zijn naam staan: “De lithografische prentkunst" (1918), waarin de ontwikkeling vanaf de uitvinding van de lithografie in 1796 door Alois Senefelder in Duitsland en de verbreiding van deze techniek in Europa beschreven worden. In 1927 publiceerde hij “De eerste jaren van de lithografische prentkunst in Nederland”

In 1917 werd S. Moulijn docent grafische kunst aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. Vanwege de lange reistijd van Laren naar Rotterdam impliceerde deze benoeming ook de verhuizing naar Den Haag in 1918, waar het gezin in de Weede van Dijkveldstraat ging wonen. Hij zou 15 jaar aan de Academie verbonden blijven tot hij in 1932 op 66-jarige leeftijd afscheid nam.

Nadat beide zoons zelfstandig geworden zijn, werd het huis in Den Haag te groot. Het echtpaar Moulijn verhuisde in 1935 naaar en van de woningen in de senioren-residentie WAVO-park in Wassenaar. In een op loopafstand gelegen parkje liet hij een houten atelier bouwen.

Atelier van S. Moulijn in Wassenaar
Atelier in Wassenaar, tekening: krijt en potlood, 1938,

Atelier van S. Moulijn in Wassenaar
Atelier van Moulijn te Wassenaar (Toestand 2005)
Interieur van het atelier van S. Moulijn
Interieur van het atelier in Wassenaar met drukpers voor litho's (1936)

Op zijn 70ste verjaardag in 1936 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het jaar daarop vond er in Museum Boymans-van Beuningen een eretentoonstelling plaats.

In 1944 werd het deel van Wassenaar, waar Moulijn woonde, geëvacueerd en moest hij zijn woning en zijn atelier ontruimen. Zijn werk werd opgeslagen in de Lakenhal in Leiden, in het Gemeentemuseum in Den Haag en in de woning van zijn jongere zoon in de Helenastraat in Den Haag. Terwijl Moulijn en zijn vrouw met het gezin van deze zoon de hongerwinter doorbrachten bij een familie in Papendrecht werd het huis in de Helenastraat bij het bombardement op het Bezuidenhout (3 maart 1945) getroffen. Daarbij gingen een aantal schilderijen verloren. Na de bevrijding volgde een zwerftocht langs kamers in Leiden en Wassenaar.In 1946 gingen Moulijn en zijn vrouw inwonen bij zijn oudere zoon in de Frankenstraat in Den Haag. In een nabijgelegen klein atelier van een vriend schilderde hij uit zijn geheugen een aantal landschapsschilderijen, waarvan de oorspronkelijke versies bij het bombardement in 1945 verbrand waren.

In 1947 werkte Moulijn mee aan de voorbereiding van een “Tentoonstelling van Steen- en Offsetwerk” in het Stedelijk Museum in Amsterdam en werd hij ter ere van zijn 80ste verjaardag gehuldigd In Pulchri Studio.

Op 2 november 1948 overleed S. Moulijn. Zijn echtgenote Henriette Moulijn-HaitsmaMulier stierf een maand later op 1 december. Beide zijn begraven op het kerkhof bij de Dorpskerk in Wassenaar.

Graf S. Moulijn en H. Moulijn-Haitsma Mulier in Wassenaar
Graf van S. Moulijn en H. Moulijn-Haitsma Mulier te Wassenaar
Reklame affiche de Molen
Reclame-affiche, lithografie, 1919

 

Zeeuwse boer
Zeeuwse boer, houtsnede 1915

Ex Libris HinsbergEx Libris Moulijn
Links: Ex Libris voor Hanns Hinsberg, Rechts Ex Libris voor Henriette en Simon Moulijn-Haitsma Mulier

Werk in openbare collecties (selectie)

Drents Museum in Assen

Het complete prentwerk van Moulijn werd in 1926 door vrienden aan het Rijksprentenkabinet geschonken.

Werken van Moulijn zijn aangekocht door museum Boymans van Beuningen te Rotterdam, het Kröller-Müller museum op de Hoge Veluwe, het Centraal museum te Utrecht, het Dordrechts museum, het British Museum te London, de Bibliothèque Nationale te Parijs en de Albertina te Wenen. Het Gemeente museum in Den haag kocht behalve werken van Moulijn ook diens grote collectie van lithografien, die een overzicht geeft over de geschiedenis van de lithografie in Nederland en Frankrijk.

Noten:

[1] “Herinneringen van Moulijn aan zijn jeugdjaren in Rotterdam” in “Simon Moulijn 1866 – 1948”

[2] Marie Marx-Koning: “S. Moulijn” Artikel in Elseviers maandschrift, april 1904.

[3] Jan Jaap Heij: “Simon Moulijn als schilder en tekenaar” in “Simon Moulijn 1866 – 1948”

[4] D. V. Nijland, Simon Moulijn, Lithograaf en Schilder

[5] Brief van Moulijn aan de kunstcritica G. H.Marius (Gemeentearchief Den Haag) in “Simon Moulijn 1866 – 1948”

 

Publicaties over S. Moulijn

Marie Metz-Koning in Elseviers Maandschrift 1904,

J. Everts in Onze Kunst, Juli 1906,

H. P. Bremmer in een afzonderlijk Moulijn-Nummer van Beeldende Kunst, Juli 1926,

A. M. Hammacher in Elseviers Maandschrift in 1934.

S. Moulijn wordt vermeld in S. J. Mak van Waay “Lexicon van Nederlandsche schilders en beeldhouwers 1870 – 1940, Amsterdam 1944 en Pieter A. Scheen “Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750-1950”, Den Haag, 1969

Onderscheidngen

1915 Panama-Pacific International Exposition in San Francisco: Bronzen medaille

1923 Tentoonstelling van Nederlandsche beeldende kunstenaars in Amsterdam: Zilveren medaille

1928 Jurylid Olympiade Amsterdam: Zilveren medaille

1934 Budapest: Zilveren Plaquette

1934 Officierskruis van verdienste van Hongarije

1938 Ridder in de orde van Oranje-Nassau.

 

Exposities:

1893 maart: Ledententoonstelling Pulchri Studio

1893 mei: Expositie in de Haagsche Kunstkring (samen met De Moor en van Oosterzee)

1896 juli-augustus: Eenmansexpositie in het Hotel de l’Art Nouveau van S. Bing in Parijs

1896 november. Eenmansexpositie in de Maison d’Art te Brussel

1897 januari: Eenmansexpositie in de Lakenhal te Leiden

1897 maart-april: Eenmansexpositie bij Kunstzaal Oldenzeel te Rotterdam

1898 mei: Expositie in “Voor de kunst” te Utrecht (samen met F. Hart Nibbrig en T. van Hoytema

1898 mei-juni: Expositie in “De Harmonie” te Zwolle (samen met T. van Hoytema)

1905 november-december: Expositie bij Kunstzaal Oldenzeel in Rotterdam (samen met F. Hart Nibbrig en C. A. van Assendelft

1911 september: Expositie in het Stedelijk Museum te Amsterdam (samen met F. Hart Nibbrig,H.J. Wolters en S. C. Bosch Reitz)

1912 augustus: Eenmansexpositie bij kunsthandel Schulte in Den Haag

1922 februari: Expositie bij Kunstzaal Kleykamp in Den Haag (samen met M.B:W. Dittinger en J. Texeira de Mattos)

1922 maart: Eenmansexpositie bij Kunsthandel Unger en Van Mensch in Rotterdam

1927 oktober: Eenmansexpositie bij kunstzaal d’Audretsch te Den Haag.

1930 april-mei: Eenmansexpositie in “Huize van Hasselt” te Rotterdam.

1934 maart-april: Eenmansexpositie bij kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar in Den Haag

1935 december-januari

1936: Expositie in Kunstzaal Scherft te Den Haag (samen met A. Hendrks)

1937 februari: Eretentoonstelling in Museum Boymans Van Beuningen te Rotterdam

1939 oktober: Expositie bij kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar in Den Haag (samen met B. A. van der Leck, Jan Sluyters en C. Toorop)

1941 september-oktober: Eenmansexpositie in “Voor de kunst” te Utrecht

1946 november: Expositie bij kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar in Den Haag (samen met B. A. van der Leck en P. Meiners)

1947 Tentoonstelling van lithografisch werk in kunsthandel Martinus Liernur in Den Haag

1951 oktober-december: overzichtstentoonstelling van grafisch werk in Museum Boymans van Beuningen te Rotterdam

1989 februari-april: Overzichtstentoonstelling van het werk van S. Moulijn in het Drents Museum te Assen

1989 mei-juni: Overzichtstentoonstelling van het werk van S. Moulijn in het Dordrechts Museum te Dordrecht

1989 augustus-oktober: Overzichtstentoonstelling van het werk van S. Moulijn in het Goltziusmuseum te Venlo

2017 oktober: Eenmansexpositie bij Hein Klaver Kunsthandel te Baarn

 

Bronnen:

Simon Moulijn 1866-1948, Uitgave van het Drents Museum, Assen ter gelegenheid van de overzichtstentoonstelling van het werk van Simon Moulijn in 1989, Assen 1989, ISBN 90 70884 22 4

D. V. Nijland, Simon Moulijn, Lithograaf en Schilder, Monografie uit “Beeldende kunstenaars, uitgever Ad Donker, Rotterdam 1946

Marie Marx-Koning: “S. Moulijn” Artikel in Elseviers maandschrift, april 1904.

De Valk Lexicon kunstenaars Laren-Blaricum, www.devalk.com